Op 1 september 2026 treedt het vernieuwde Belgische Strafwetboek in werking. Deze langverwachte hervorming was noodzakelijk, aangezien het bestaande wetboek, dat dateert uit 1867, op tal van vlakken niet langer aangepast is aan de huidige tijdsgeest en door de vele wijzigingen doorheen de jaren bovendien erg complex is geworden. Het nieuwe Strafwetboek beoogt het Belgische strafrecht te moderniseren, te versterken en te vereenvoudigen.
De oorspronkelijke inwerkingtreding was voorzien op 8 april 2026, maar werd uitgesteld nadat o.a. de rechterlijke orde bezorgdheden had geuit over de implementatie ervan, in het bijzonder door het uitblijven van een aanpassing van verschillende bijzondere strafwetten aan het nieuwe wetboek. Het blijft te betwijfelen of de wetgever erin zal slagen om binnen deze relatief korte termijn aan deze bezorgdheden tegemoet te komen.
In de tien weken voorafgaand aan de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zullen wij een reeks artikelen publiceren waarin de meest relevante wijzigingen voor het ondernemingsstrafrecht worden besproken. Hierbij zullen de onderstaande onderwerpen aan bod komen.
1. Introductie van nieuwe misdrijven
Het nieuwe Strafwetboek voert een aantal nieuwe misdrijven in, waaronder ecocide en het verbergen van bewijsmateriaal. Ecocide wordt omschreven als het opzettelijk plegen van een illegale handeling, door handelen of nalaten, die ernstige, grootschalige en langdurige schade aan het milieu veroorzaakt. Met deze nieuwe strafbaarstelling komt de wetgever gedeeltelijk tegemoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Milieubeschermingsrichtlijn. De strafbaarstelling van het verbergen van bewijsmateriaal wordt ingevoerd ter ondersteuning van de vervolgende autoriteiten.
2. Modernisering van oplichting en valsheid in geschriften
Het nieuwe Strafwetboek houdt rekening met de uitdagingen van de 21e eeuw door verschillende strafbaarstellingen te moderniseren. Zo wordt het misdrijf van valsheid in geschriften en de digitale tegenhanger daarvan in het nieuwe Strafwetboek onder éénzelfde strafbaarstelling gebracht. Bovendien stemt de wetgever de strafbaarstellingen van klassieke oplichting en de digitale tegenhanger daarvan, namelijk informaticabedrog, op elkaar af. De hervorming van het misdrijf van oplichting zal meer in detail aan bod komen in het vierde artikel van deze reeks.
3. Laster en beledigingen
Een andere opvallende ontwikkeling betreft de hervorming van de misdrijven van laster en beledigingen. Zo schaft de wetgever het onderscheid tussen laster en eerroof af. Ook het onderscheid tussen mondelinge of schriftelijke beledigingen wordt verlaten.
4. Misdrijven tegen de eigendom
Het nieuwe Strafwetboek consolideert bovendien verschillende wetswijzigingen die de afgelopen jaren op nationaal en Europees niveau werden aangenomen met betrekking tot misdrijven tegen eigendom, waaronder oplichting en misbruik van vertrouwen.
5. Witwassen
Ook de witwasmisdrijven ondergaan enkele (beperkte) wijzigingen. Zo zal de dader van het basismisdrijf voortaan ook vervolgd kunnen worden als dader van het eerste witwasmisdrijf. Daarnaast voorziet de wetgever in enkele verzwarende factoren waarmee de rechtbanken rekening moeten houden bij de bestraffing. De sterk bekritiseerde ontsnappingsclausule voor entiteiten die onderworpen zijn aan de preventieve witwaswet werd echter niet herzien.
6. De herziening van de straftoemetingsregels
De klassieke driedeling van misdrijven in overtredingen, wanbedrijven en misdaden en het daarmee gepaard gaande onderscheid tussen politie-, correctionele en criminele straffen gaat op de schop. De wetgever kiest voor een vereenvoudigd systeem waarbij elk misdrijf wordt bestraft overeenkomstig een bepaald strafniveau (waarbij acht strafniveaus worden onderscheiden). Deze hervorming heeft als doel de straftoemeting te vereenvoudigen.
7. De invoering van nieuwe straffen
Het nieuwe Strafwetboek introduceert bovendien verschillende nieuwe straffen, zoals de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel en de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap voor rechtspersonen, wat het equivalent is van de werkstraf voor natuurlijke personen. Op die manier beoogt de wetgever het sanctiestelsel te moderniseren en de rechter een gediversifieerd instrumentarium aan te reiken.
8. Beroepsverbod
Naast de invoering van een aantal nieuwe straffen, wordt ook het toepassingsgebied van een aantal bestaande straffen verruimd. Zo veralgemeent de wetgever bijvoorbeeld het toepassingsgebied van het beroepsverbod.
9. Poging tot misdrijf
De afschaffing van de klassieke driedeling van misdrijven heeft ook gevolgen voor de strafbaarheid van de poging. Het nieuwe Strafwetboek verruimt het toepassingsgebied van de poging aanzienlijk door te bepalen dat een poging tot het plegen van een opzettelijk misdrijf altijd strafbaar is.
10. Misdrijven waarvan een rechtspersoon het slachtoffer kan zijn
Het nieuwe Strafwetboek introduceert tot slot een limitatieve lijst van misdrijven tegen de persoon waarvan een rechtspersoon het slachtoffer kan zijn. Hoewel het duidelijk is dat een rechtspersoon geen slachtoffer kan zijn van moord, is dit minder duidelijk bij andere misdrijven, zoals laster, bedreigingen, schending van het beroepsgeheim enzovoort. Door de opname van een dergelijke limitatieve lijst beoogt de wetgever een einde te stellen aan de thans bestaande discussies hierover.