Gedurende de tien weken voorafgaand aan de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek (hierna afgekort als “N. Sw.”) op 1 september 2026, publiceren wij wekelijks een artikel waarin telkens een wijziging wordt besproken die relevant is voor het ondernemingsstrafrecht. In dit eerste artikel gaan wij in op twee nieuwe misdrijven die worden ingevoerd, namelijk de strafbaarstellingen van ecocide en het verbergen van bewijsmateriaal.
1. Ecocide (art. 94 N. Sw.)
Ecocide wordt gedefinieerd als “het opzettelijk plegen, door handelen of nalaten, van een illegale handeling, die ernstige, grootschalige en langdurige schade aan het milieu veroorzaakt, wetende dat deze handeling dergelijke schade toebrengt...”. Ecocide vereist dus een illegale handeling die ernstige, grootschalige én langdurige milieuschade tot gevolg heeft. De wetsbepaling preciseert bovendien wat onder ernstige, grootschalige en langdurige milieuschade moet worden verstaan. Onder een illegale handeling wordt dan weer een handelen of nalaten begrepen dat strijdig is met het nationale of internationale recht.
Wegens de bevoegdheidsverdeling tussen de federale en regionale overheden in België, wordt de strafbaarstelling beperkt tot gedragingen die strijdig zijn met de federale regelgeving en de internationale regelgeving die de federale overheid bindt. Daardoor zal ecocide maar strafbaar zijn in drie gevallen, nl.: (1) wanneer de schade het gevolg is van ioniserende stralingen of radioactief afval, (2) wanneer de schade zich voordoet in of op de Noordzee, (3) of wanneer de schade het gevolg is van handelingen die niet gelokaliseerd kunnen worden in België. De meeste gevallen van dumping of vervuiling zullen dus niet onder deze strafbaarstelling vervolgd kunnen worden, aangezien zij doorgaans onder de bevoegdheid van de regionale overheden vallen.
Ecocide wordt bestraft met een sanctie van niveau 6, wat neerkomt op een gevangenisstraf van minimum 15 jaar en maximaal 20 jaar. Onder invloed van de klimaatcrisis kiest de Belgische wetgever hiermee duidelijk voor een krachtig signaal. De strafbaarstelling heeft echter niet alleen een repressief karakter. Volgens de wetgever zou het risico op sociale stigmatisering ook een preventief effect hebben.
België is, na Frankrijk, het tweede land dat het misdrijf van ecocide invoert. Deze wetswijziging vloeit rechtstreeks voort uit de herziening van de EU-richtlijn 2024/1203 inzake milieudelicten. Deze richtlijn verplicht de lidstaten om illegale handelingen die ernstige schade aan het milieu veroorzaken, strafbaar te stellen. De EU-lidstaten moeten deze richtlijn binnen de twee jaar omzetten in nationaal recht. Het valt bijgevolg te verwachten dat ook andere EU-lidstaten ecocide of aan ecocide vergelijkbare misdrijven die ernstige schade aan het milieu toebrengen, strafbaar zullen stellen.
2. Verbergen van bewijsmateriaal (art. 659 N. Sw.)
De strafbaarstelling van verberging van bewijsmateriaal is ingevoerd om de vervolgende instanties te helpen. Deze strafbaarstelling viseert het vernietigen, verbergen of aan het onderzoek onttrekken van voorwerpen die zijn gebruikt bij het plegen van een strafbaar feit door een derde, en ook alle andere sporen of voorwerpen die kunnen helpen de waarheid aan het licht te brengen.
Het betreft onder meer het voorwerp, middel en product van het misdrijf waarop nog geen beslag werd gelegd. Vermogensvoordelen vallen evenwel buiten het toepassingsgebied van dit misdrijf.
Dit nieuwe misdrijf vult aldus de leemte tussen het verbergen van criminele vermogensvoordelen (i.e. witwassen) enerzijds en het vernietigen van in beslag genomen goederen anderzijds, die al strafbaar zijn gesteld.
Daarnaast vereist het misdrijf een bijzonder opzet, namelijk het oogmerk om een door een derde gepleegd misdrijf te verdoezelen, dan wel de opsporing, vervolging of bestraffing ervan te beletten of te bemoeilijken. Er is dus geen sprake van dit misdrijf wanneer bewijsmateriaal verborgen of vernietigd wordt om een eigen misdrijf te verhullen.
Ondernemingen zullen voortaan bijzonder waakzaam moeten zijn wanneer zij documentatie en correspondentie verwijderen gelet op de ruime draagwijdte van deze strafbaarstelling. Het is immers niet vereist dat de overlegging van het bewijs al werd gevraagd. Bovendien kunnen binnen eenzelfde onderneming de rechtspersoon zelf, haar bestuurders en haar werknemers ten aanzien van elkaar als “derde” worden beschouwd in de zin van deze bepaling.